Bouwgrondstoffen

GDN_bouwgrondstoffen_20161025.png

Grind, zand en klei zijn belangrijke grondstoffen voor de bouw. Vanwege de relatief ondiepe winning van de grind-, zand- en kleilagen worden deze delfstoffen ook wel ‘oppervlaktedelfstoffen’ genoemd. Jaarlijks wordt ongeveer 120 miljoen ton oppervlaktedelfstoffen verbruikt en 100 miljoen ton daarvan is afkomstig uit de Nederlandse ondergrond. Het is een indrukwekkende stroom materiaal waarover de Geologische Dienst Nederland kennis en gegevens ter beschikking stelt.

Waar komen de grondstoffen vandaan?

Rivierafzettingen vormen de belangrijkste bron van grind, zand en klei. Winbare hoeveelheden grind komen voornamelijk langs de Maas in Limburg en in het oosten van Noord-Brabant voor. Belangrijke brongebieden van het grind zijn de Ardennen, de Vogezen en het Rijnleisteenplateau in Duitsland. Klei wordt tegenwoordig hoofdzakelijk langs de grote rivieren gewonnen, maar in het verleden is ook klei in de kustvlakte van West- en Noord-Nederland afgegraven.

Zand en grind in de bodem van de Noordzee

In verband met het ruimtebeslag van oppervlaktedelfstoffenwinning in ons dichtbevolkte land, wordt productie van zand meer en meer verlegd naar de Noordzee. Het gaat hierbij vooral om het fijnkorrelige ophoogzand, voor grind en grof zand, voor toepassing in beton blijven we aangewezen op landwinning en import.

Raadplegen gegevens

Wilt u meer weten over het voorkomen van de bouwgrondstoffen in de ondergrond van Nederland? Raadpleeg dan Delfstoffen Online en de ondergrondmodellen op DINOloket.